(het noorden van) Thailand
27 november 2024 - Hua Hin, Thailand
We steken de grens tussen Laos en Thailand over. We komen uit in Nakhon Phanom, wat precies aan de andere kant van de Mekong ligt dan Thakhek. Hier struinen we een paar uur door de stad en bezoeken we verschillende tempels. We merken meteen dat de tempels in Thailand beter onderhouden worden dan de tempels in Laos wat waarschijnlijk een geldkwestie is.
Via 2 korte vluchten komen we aan in het noorden van Thailand, in Chiang Rai. In deze stad bezoeken we een aantal tempels. De ene tempel is nog bijzonderder dan de andere. Het is vaak een combinatie van veel groots spektakel met een bijzondere hoeveelheid kitsch. Al is die kitsch op allerlei verschillende manieren vorm gegeven. Tierelantijntjes, veel goud of met beelden van (mythologische) figuren. Onze mond valt regelmatig open van verbazing.
We bezoeken de bekende toeristische tempels, maar nemen ook een kijkje bij een aantal minder bekende tempels. Eén daarvan is voor ons echt de favoriet. Mooie beelden, tempeltjes, versieringen en een grote hoeveelheid beelden van olifanten. Zelfs op het dak zijn nog allemaal vereringsplekken gemaakt.
We bezoeken ook een museum. Dit complex met donkere houten huizen, veel schedels van dieren en kunstobjecten en schilderijen was wat ons betreft niet zo'n succes. Een aantal huisjes vonden we wel leuk en het houtsnijwerk was mooi, maar verder is het niet zo ons ding zeg maar.
Wat we ook zeker wilden bezoeken was Lalitta café. Niet voor een drankje of taartje (die er overigens verrukkelijk uit zagen), maar voor een bezoek aan de tuin. Overal zijn sfeervolle plekjes en paadjes gecreëerd met gekleurd licht, rook en vele orchideeën. Wauw, wat is het prachtig hier! We kunnen hier wel uren ronddwalen.
Op een paar uur rijden van Chiang Rai bezoeken we het dorpje Mae Salong. Mae Salong is een dorp dat in 1961 is gesticht door een groep gevluchte Chinezen. Het dorp heeft veel te bieden vinden wij. Het ligt in een prachtige omgeving met theeplantages. Die kan hier goed groeien vanwege het mildere klimaat en de bewolking die hier vaak in de bergen hangt. Verder zien we nog 2 stoepa's, diverse muurschilderingen, een siertuin met prachtige figuren en een museum. Al gaat het ons bij het museum alleen om de buitenkant. Het gekke is dat we ook echt het gevoel hebben in China te zijn en dat terwijl we daar nog nooit geweest zijn. Een bijzonder gevoel.
Na de tussenstop In Mae Salong rijden we verder naar Chiang Mai en onderweg maken we vele, korte maar erg leuke, stops. Een compleet roze tempel, een kleurrijke chedi (chedi is een verthaising van het Sanskrietwoord cháitiya en betekent letterlijk heiligdom, in Thailand gebruiken ze dit als naam voor een stoepa of pagode) en we wanen ons in Japan. We bezoeken een park dat is gebouwd voor de Thai die zelf niet naar Japan kan en we kunnen je vertellen dat het voor Nederlanders die nog nooit in Japan geweest zijn ook erg leuk is! We zien een rode torii galerij (nagemaakt uit Kyoto), verschillende lantaarns, Hello Kitty, een aangelegde vijver met vele Koi karpers en het Japanse kasteel (met hout van Japanse dennenbomen). We hebben het gevoel dat we op één dag in 3 landen geweest zijn: Thailand, China en Japan.
In Chiang Mai bezoeken we de bekendste tempel van de stad en één van de bekendste van heel Thailand: de Wat Doi Suthep. Deze tempel ligt op een berg, maar de wandeling er naartoe start voor een aantal mensen veel eerder (niet voor ons (en de meeste anderen) trouwens). Aan de voet van de berg start het monnikenpad. Vanuit hier kan je, via een tussenstop bij een klein complex, doorlopen naar de Wat Doi Suthep. Wij komen daar precies aan tijdens "de grote drukte" (we vragen ons af of er echt rustige momenten zijn hier) en aanschouwen de vele gelovigen die met lotusbloemen of al gebeden opzeggend kloksgewijs rond de tempel lopen. Dat maakt het bijzonder om hier te zijn, niet de tempel zelf. Die vinden we, sorry (Thaise) mensen als dit een belediging is, een beetje 13 in een dozijn.
Op de terugweg bezoeken we ook nog Wat Pha Lat, het complex dat in het midden gelegen is. Dit is minder druk en vinden we eigenlijk leuker dan de bekende tempel.
In het centrum van Chiang Mai bezoeken we ook nog verschillende tempels en aan het einde van de middag zien we hoe de grote zondagsmarkt opgezet wordt. Talloze (eet)kraampjes die ook talloze dingen verkopen: er is voor iedereen wel iets te vinden. Om 18 uur schalt het volkslied door de luidsprekers en staat iedereen stil. Daarna wordt de markt alleen maar drukker en drukker en vinden wij het wel mooi geweest.
Chiang Mai is voor ons het startpunt van de Mae Hong Son loop. Deze ronde brengt ons in 5 dagen tijd via verschillende tussenstops en bochten, zo ontzettend veel bochten (4088!), terug naar Chiang Mai. Wat we onderweg zien? Stoepa’s, (bemoste) Boeddhabeelden, tempels, het Doi Inthanon NP, watervallen, rijstterrassen, velden vol wilde zonnebloemen, bamboebruggen, uitzichtpunten en een kloof.
Twee stops wil ik er speciaal even uitlichten: we bezoeken de little Grand Canyon van Thailand. Dit is echt zo’n stop die je helemaal niet in Thailand verwacht. Deze kalkstenen pilaren hebben wel iets weg van Bryce Canyon. De canyon ligt in een heerlijk nationaal park. Ten eerste is het er rustig en hoor je de vogeltjes fluiten. Ten tweede zijn er gewoon weinig bezoekers, iets wat zeker in Thailand niet vaak het geval is. Wij ervaren het in ieder geval als een zeer rustgevende plek.
De tweede stop is een Chinees dorp. Dit dorp is in 1949 gesticht door Chinese vluchtelingen. Alles ademt hier China: de bootjes, de huizen, de lampionnen. Natuurlijk verbouwen ze er ook weer thee. Dit zijn van die stops die we als kort in calculeren, maar die uiteindelijk langere tijd in beslag nemen omdat het zo leuk blijkt te zijn.
Verder eten we tijdens deze ronde verschillende malen op de avondmarkt en waar je ook komt: het eten smaakt overal heerlijk. Bij het ene kraampje bestellen we dit, bij het andere dat en we genieten van de smaakexplosies in onze monden. Deze loop was onze tijd absoluut waard.
Onze volgende stop zijn de Sticky watervallen. Deze watervallen worden veel beklommen. Nou zou je verwachten dat dit gevaarlijk is vanwege de gladde ondergrond, maar dat is dus niet zo. Dat is ook waar de watervallen hun naam aan te danken hebben: sticky betekent namelijk plakkerig. Je blijft dus "plakken" aan de ondergrond. Dit komt door de mineralen laag die over de rotsen ligt waardoor algen zich niet kunnen hechten en de rotsen dus niet glad worden. Wij vonden het een erg leuke stop, ook door de ligging van de watervallen.
Op 15 november vieren we Loy Kratong in Lampang. Loy Kratong is een lichtfeest net als pas in Luang Prabang, maar dan toch heel anders. Waar het in Chiang Mai en Doy Saket (waar we in de buurt zijn) druk met toeristen is tijdens dit festival, is er in Lampang eigenlijk alleen lokale bevolking op de been. Er is een grote avondmarkt met eten, drinken, veel snoepgoed en een enorme drukte. Er zijn speciale zones voor mensen om een bootje in elkaar te knutselen dat later op het water losgelaten kan worden. Er is vuurwerk, er zijn vuurspuwers, een licht- en geluidshow, er worden kratongs (verlichte bloemenbootjes) te water gelaten en er worden vele wensballonnen de lucht in gestuurd. Weer bijzonder om mee te maken. Zeker omdat er maar een handjevol toeristen is en het dus echt een lokaal feest is.
We rijden verder naar Sukhothai. Sukhothai was de eerste hoofdstad van Thailand (toen nog Siam) en bleef dat zo'n 200 jaar lang tot het overgenomen werd door het Ayutthaya koninkrijk. Daarna werd het verlaten en de houten huizen en zelfs koninklijke paleizen verdwenen in de loop der jaren. De religieuze monumenten, gebouwd van baksteen en stenen metselwerk bedekt met stucwerk, overleefden het wel.
In de jaren 70 werd er, met behulp van Unesco, begonnen met een groot restauratieproject wat uiteindelijk resulteerde in het huidige Sukhothai Historical Park. Het park omvat verschillende kleinere tempels, ruïnes, Boeddhabeelden alsook de overblijfselen van de stadsmuur en gracht.
Het grote tempelcomplex Sukhothai werd in eerste instantie opgenomen in ons programma vanwege Loy Kratong (het lichtfestival van gisteren). De 16de werd steeds aangegeven als datum voor dit festival en dus wilden we graag hier zijn met alle lichtjes. Op de een of andere manier is de datum van de 16de naar de 15de gegaan en dus hopen we hier nog mooie dingen te kunnen zien en dat blijkt gelukkig zo te zijn. De grote shows zijn voorbij, maar de lichtjes branden nog gewoon.
We bezoeken het hoofdgedeelte van het complex meerdere malen en rond zonsondergang gaan alle lichten en kaarsen aan en dan is de magie compleet. Wauw, wat is dit mooi! We genieten en fotograferen de tempels en de kratongs die losgelaten worden op het water. Het is hier wederom druk, maar ook weer met lokale mensen. Een westerling zien we amper. Wat hebben we toch een geluk (en goed voorbereidingswerk gedaan) dat we hier zijn op dit moment!
We bezoeken natuurlijk ook de minder bekende delen van het complex Sukhothai. Hierbij komt onze auto goed van pas. Zo kunnen we een stuk sneller van de ene naar de andere tempel komen.
De dagen daarna staan ook nog in het teken van tempels bezoeken. Op een uur rijden van Sukhothai ligt nog een soortgelijk tempelcompex Si Satchanalai. Net als Sukhothai was dit vroeger een koningsstad. Omdat je er eigenlijk nooit iets over hoort of leest is het niet heel bekend en daardoor verwachten wij er ook niet heel veel van.
We starten bij de als mooist omschreven tempel en lopen het terrein op. We kijken wat rond en lopen iets naar achteren. Ineens komt er een monnik aangelopen. Hij komt echt naar ons toe en heeft wat dingen in zijn hand. We begrijpen niet helemaal wat hij van ons wil maar hij drukt de spullen uit zijn handen in onze handen. Hij maakt gebaren dat we ze neer moeten leggen op de rand van de tempel. Dan zien we dat het oude foto's zijn van deze tempel. Hij wil ons uitleg geven over hoe het er vroeger uitzag hier. Aan de hand van de foto's vertelt hij ons het verhaal. Vervolgens gaat hij voor een Boeddhabeeld staan en moeten we een foto van hem nemen. Daarna neemt hij afscheid. Dit was echt bijzonder en leuk!
Wij rijden vervolgens door naar het hoofdcomplex en bezoeken daar verschillende tempels. Volgens hetgeen we gelezen hebben zijn de tempels niet in heel goede staat. Wij vinden dat eigenlijk wel meevallen en vinden het verrassend leuk om hier rond te lopen.
We bezoeken ook Wat Ban Rai, de olifantentempel. We beginnen bij deze tempel gelijk met dé tegenvaller van deze tempel: een echte olifant aan een ketting die als kunstje een gebedshouding voor ons aanneemt. Maar daarna wordt het spectaculair al vind ik het echt moeilijk om deze tempel te omschrijven. Als ik vooraf mijn eigen foto's gezien had dan had ik waarschijnlijk niet gedacht dat ze in een tempel gemaakt waren maar eerder in een museum. Er zijn veel (grote) muurschilderingen die in dromerige/ sprookjesachtige stijl gemaakt zijn. Er zijn vele schilderijen, maar ook mozaïek, (gekleurde) beelden en een ruimte met allemaal gekleurde knipperde lichtjes die de onderwaterwereld voor moet stellen. Wij vinden het in ieder geval enorm genieten om hier rond te lopen. Het is ook één van de allermooiste tempels, zo niet de allermooiste, die we deze reis heb gezien.
We doen ook het Phimai Historical Park nog aan. Dit is het park met de grootste Khmer tempel in Thailand. Het lijkt wel op een tempel in Angkor met dat verschil dat er hier maar één tempel is. We bezoeken ook nog een kleiner complex met een tempel in dezelfde stijl: de Prasat Hin Phanom Wan.
De laatste tempelstop is bij een megagrote, in aanbouw zijnde, tempel. De tuinen die erbij liggen zijn mooi en worden goed onderhouden. Wat wij bij dit soort tempels wel altijd denken: voor hoeveel bezoekers wordt deze tempel gebouwd? Een mega parkeerplaats, een (compleet leeg) groot restaurant en een verplichte looproute. Voor wie, want er is hier geen kip.
De laatste dagen gaan we relaxen in Hua Hin. Dit was oorspronkelijk helemaal niet het plan, maar gaandeweg merkten we dat we gewoon nog even lekker wilden uitrusten voordat we weer naar huis moeten (ja, in deze is het echt moeten). We lezen eindelijk eens een boek, zwemmen in ons privé zwembad en luieren aan de rand daarvan, spelen spelletjes Skip Bo en gaan elke avond uiteten in “ons” restaurant. Heerlijk!
We maken vanuit hier nog één uitstapje en dat is naar Kui Buri NP. Hier leven olifanten en nog wat andere soorten wild zoals buffels, hertjes en verschillende soorten vogels. We hoeven weinig moeite te doen om de olifanten te spotten, al komen ze, op één enkele keer na, niet écht dichtbij. Het is niet de meest spectaculaire safari die we ooit gedaan hebben, maar leuk was het zeker.
Morgen gaan we naar huis, maar jullie zijn nog niet van ons af. We blijven niet lang in Uden, want begin januari kunnen jullie een verslag uit Namibië van ons verwachten.
























































































goede terug reis gewenst en tot snel maar weer.gr femke
Wauw, wat zien en beleven jullie toch veel tijdens jullie reizen!
Karin, jij trekt de wijde wereld in...maar heel leuk om je binnenkort weer op De Wijde Wereld te zien!:)