Canada
5 oktober 2026 - Hopewell Rocks Park, Canada
Het tweede gedeelte van onze reis door Canada start met het ophalen van onze camper. Heerlijk om ruim 7 weken lang een eigen plek voor spullen te hebben en niet uit onze koffer te hoeven leven.
De eerste stop is voor de boodschappen bij een groot supercenter. Wat vinden we dat altijd een feestje! Uren kan je hier ronddwalen waarbij je de keus hebt uit tig soorten producten. Altijd leuk om bepaalde varianten van producten te proeven die in Nederland niet te krijgen zijn. Normaal zou ik normaal zeggen: 'we kochten bijna de hele winkel leeg', maar dat is onmogelijk in zo'n Canadese megastore. Maar halleluja, wat verkopen ze toch veel.
De eerste nacht kamperen we bij Six Mile Lake op een staatscamping midden in de natuur. We hebben een plekje aan het meer en maken een wandeling in het gebied. Die wandeling is meteen een voorbode voor de wandelingen die in de dagen daarna volgen: door het bos. We zien verschillende paddenstoelen, chipmunks, eekhoorntjes en een aantal meren.
Op weg naar onze volgende bestemming stoppen we bij Hardy Lake. Hier lopen we wederom door het bos en zien we nog meer paddenstoelen waaronder ook bijzondere soorten voor ons zoals de koraalzwam. Wat een mooie paddenstoel is dat. We wandelen uiteindelijk naar een klein eilandje midden in het meer dat te bereiken is via een vlonderpad. Het is zo'n mooie, rustige, vredige plek en een prachtig punt. We zitten er gewoon een tijdje om ons heen te kijken en te genieten van de stilte.
Vervolgens rijden we door naar Algonquin Provincial park. Dit park heeft voor ons de allure van een National Park, maar zo mogen zij zichzelf niet noemen aangezien er in het park mogelijkheden zijn tot gecontroleerde houtkap en dat is in een nationaal park ten strengste verboden.
Het park heeft een enorm netwerk aan onderling verbonden meren en rivieren en er leven ruim 50 soorten zoogdieren, vele vogelsoorten, maar ook reptielen en amfibieën waaronder slangen. Het bestaat voor ongeveer 90% uit bossen en door die bossen maken wij wandelingen, vaak over drassige paden vol met boomwortels waardoor je niet echt ontspannen kan lopen. Ook zie je in de bossen vaak weinig (behalve paddenstoelen en eekhoorntjes/ chipmunks) en daarom zijn we ook niet bijster enthousiast over de wandelingen die we maken. De uitzichten op de meren e.d. zijn echt mooi, maar de weg er naar toe is lang, saai en vol bos. En staan we eens op een mooi punt bij een weidser uitzicht is het zicht geblokt door bomen. We waren vast iets enthousiaster geweest als we bijvoorbeeld een eland hadden gezien, maar die had zich mooi voor ons verstopt.
Tijdens onze reis naar de volgende bestemming stoppen we nog bij Eagle's Nest, een uitzichtpunt. De weg er naartoe gaat weer door het bos, maar bij de lookout is het open en kijken we vanaf steile kliffen op een mooi meer. We vinden het een prachtig punt.
Waar we ook ontzettend enthousiast van worden is onze volgende overnachtingsplek. We kamperen bij een harvest host. Dit is te vergelijken met kamperen bij de boer. Je mag hier 'gratis' staan, maar men verwacht wel dat je wat producten bij hen koopt. Afhankelijk van het soort bedrijf kan je hierbij denken aan kaas, vlees, lavendel, bloemen of fruit. Wij hebben gekozen voor een imkerij. Alana, onze gastvrouw, heet ons snel welkom want ze is (in haar imkerpak) druk bezig met het verzamelen van honing. Ze heeft 24 bijenkasten en iedere kast heeft 60.000 bijen.
In de avond heeft Alana volop tijd voor ons en krijgen we een uitgebreide uitleg. Wij vonden het erg interessant en leerzaam om al deze informatie te krijgen en mogen na afloop ook nog verschillende soorten honing proeven. Helaas konden we op dit moment zelf niet te dicht bij de bijen aangezien ze nu, tijdens de oogsttijd van de honing, bijzonder agressief zijn.
Na ons vertrek stoppen we bij Upper Canada village, een volledig nagebouwd Canadees dorp uit 1866. We zien verschillende woningen en o.a. molens, een bakker, een hotel, een bezembinderij, een kleermakerij, een schoenmaker en een nog in bedrijf zijnde boerderij. Alles is nog in traditionele stijl en de medewerkers lopen als figuranten rond. Die mensen maken het museum levend met hun werkzaamheden en traditionele kleding. Wij kijken veel langer rond dan we vooraf verwacht hadden want we vonden het een ontzettend leuke stop.
Een half uur verderop verlaten we bijna 2 weken het Engelssprekende gedeelte van Canada en moeten we overschakelen op het Frans in de provincie Quebec. Je ne parle pas Français zullen we nog veel gebruiken. Wij vinden het bijzonder dat een volledig Engelssprekend land een Franstalige provincie heeft. Dat komt zo: Quebec werd in de 17de en 18de eeuw gesticht en gekoloniseerd door Frankrijk. In 1763, na de Zevenjarige oorlog, werd de kolonie Brits. De Britten dwongen de Franstaligen echter niet om ook Engels te gaan spreken. In 1774, tijdens de Amerikaanse Revolutie, besloten de Britten dat de Fransen officieel recht kregen op hun eigen taal, de katholieke godsdienst en het Franse burgerlijk recht zodat zij zich niet aan zouden sluiten bij de revolutie.
Tegenwoordig spreekt 80% van de inwoners in de provincie Quebec Frans en is het verplicht om in het openbaar, in het onderwijs en het bedrijfsleven Frans te spreken. Dit om de taal te beschermen.
In Quebec bezoeken we allereerst Parc National Mauricie. Hier maken we een aantal korte wandelingen, maar we zijn weer niet bijster enthousiast aangezien ook hier weer alle wandelingen door het bos lopen. Meer dan een dag verblijven we dan ook niet in dit park.
We slenteren rond in Baie-Sainte-Paul, een klein dorpje met een sfeervolle straat vol leuke huizen. In die huizen zitten restaurants of galeries. Het dorpje is maar klein en daardoor hebben we het zo gezien, maar toch was het een leuk bezoek.
In de buurt van Baie-Sainte-Paul ligt de canyon de Sainte-Anne. Hier wandelen we langs de canyon waar we zicht krijgen op de bulderende waterval. Het is een stop die heel anders is dan de andere stops die we gedaan hebben tot nu toe. Wat dat ook is is de Basilique de Sainte-Anne-de-Beaupré. We verwachten er 10 minuten te stoppen, maar dat wordt veel langer. Allereerst vergapen we ons in de grote basiliek aan de prachtige mozaïeken, de plafondschilderingen en het kleurrijke glas in lood. Echt schitterend!
Het middenschip is zo enorm groot dat er 1300 bezoekers tegelijkertijd een mis bij kunnen wonen en die missen worden 8x per dag opgedragen. We dalen ook af naar de kelder waar we de blauwe ruimte met een prachtige akoestiek bekijken. Als we daar een affiche zien met een licht- en geluidshow besluiten we die spontaan te bezoeken. Daar krijgen we absoluut geen spijt. Wat een mooie licht- en geluidshow krijgen we te zien. We genieten!
Overigens is de Basilique de Sainte-Anne-de-Beaupré de drukst bezochte katholieke bedevaartsplaats van Noord-Amerika. Er komen meer dan een miljoen bezoekers per jaar. Een aantal van hen komt om door de Heilige Anna te worden genezen van hun kwaal en een aantal van hen kon vervolgens de basiliek weer lopend verlaten 'bewijzen' speciale rekken met afgedankte hulpmiddelen. Wij zien na afloop gewoon nog mensen met krukken, stokken of rollators. Misschien is daar toch iets niet helemaal goed gegaan.
Bij Parc des Grands Jardins wandelen we naar 3 verschillende uitzichtpunten en voor het eerst sinds we rondreizen met de camper zijn we enthousiast over een wandeling. Zowel bij Mount Dome als bij Mount Saint Michel zijn de vergezichten prachtig. Daarbij krijgen we ook al wat beginnende herfstkleuren te zien met geelgekleurde bomen en wat rode vegetatie op de grond. In de verte zien we een aantal begroeide heuvels en een aantal meren. Deze wandeling hadden we niet willen missen.
In de buurt van de wandeling heeft een man in zijn tuin het dorp waarin hij woont nagemaakt. De huizen zijn allemaal waarheidsgetrouw nagemaakt, van binnen en van buiten. De man is 10 jaar geleden, op 74 jarige leeftijd, begonnen met het nabouwen van de huizen toen een vriend van hem aan ALS overleed. Hij wilde geld ophalen voor stichting ALS en dus bouwde hij zijn dorp na. Inmiddels heeft hij €60.000 opgehaald, gedoneerd door bezoekers van zijn tuin. Wat een mooie gedachte!
We rijden naar de hoofdstad van de provincie en die heet ook Quebec, dus om verwarring te voorkomen heb ik het in dit kopje over Quebec stad.
Quebec is de enige stad in Noord-Amerika die door een stadsmuur wordt omgeven en hierdoor is het een van de best bewaarde koloniale steden ter wereld en het historische centrum staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De stad bestaat uit een boven- en benedenstad en die zijn d.m.v. een trap of een kabeltram met elkaar verbonden. Waar de bovenstad vroeger voorbehouden was aan de hogere sociale klassen was de benedenstad juist het deel voor de gewone burgers.
In het benedengedeelte is een wirwar van straatjes waar we heerlijk doorheen slenteren. We bezoeken verder Château Frontenac (dit is geen kasteel (nooit geweest ook), maar een hotel), zien sfeervolle restaurants, gezellig aangeklede souvenirwinkeltjes, een aantal muurschilderingen en ervaren een ontspannen sfeer. Na afloop zijn we het er over eens: Quebec stad is leuk en compleet anders dan de meeste andere steden in Canada en Amerika.
Uiteindelijk belanden we in het Forrilon N.P. Hier liggen veel dingen aan de kust. We zien kapen, vuurtorens en een waterval. Vanaf een toren op een berg kijken we uit over de kustlijn. Dit is mooi.
Percé is onze volgende stop en die plaats is vooral bekend om de beroemde Rocher Percé, een grote kalkstenen rotsformatie van zo’n 450 meter. Waar de rotsformatie voorheen 3 bogen telde is dat er nu nog maar één doordat de andere bogen door erosie in zee zijn gestort. We wandelen door het sfeervolle dorp, bekijken het uitzichtpunt op een baai en lopen omhoog naar het glazen platform waar we een prachtig zicht hebben op het dorp, de zee en de daarin gelegen rotsformatie. Op de terugweg pakken we ook nog even snel een waterval mee waarbij het water in een mooie ‘kom’ terecht komt.
Vanuit Percé pakken we de boot naar Parc Nacional l'Ile Bonaventura et du Rocher Percé. Dit eiland ligt tegenover Percé en heeft geen menselijke bewoners. Allereerst varen we een rondje om het eiland heen waarbij we zeehonden zien en er Jan van Genten overvliegen.
Uiteindelijk leggen we aan in de haven en gaan we op weg naar de Jan van Genten kolonies op het eiland. We zien de prachtige vogels, horen het immense kabaal dat ze maken en ruiken ook hun verschrikkelijke stank. We genieten er ook van als we de vogels in het water zien duiken. Dat doen ze met een rotvaart en loodrecht naar beneden waardoor er lichtblauwe cirkels achterblijven in het donkerblauwe zeewater.
Parc National de la Gaspésie is onze volgende stop en op weg daar naar toe mogen we genieten van prachtige herfstkleuren. De eerste dag zijn de ‘standaard’ stops: Lac aux Américains en Mont Ernest Laforce. Dit zijn de stops die eigenlijk iedereen maakt in het park. Beide punten zijn ook erg mooi. Bij Lac aux Américans kleuren de omliggende bergen al mooi geel en het landschap bij Mont Ernest Laforce is totaal anders dan de landschappen die we tot nu toe gezien hebben. Door het hoge dorre gras heeft Antwan het gevoel dat hij in Afrika is. Hij probeert dan ook leeuwen te spotten in plaats van elanden. 🤣 Beide opties lukken trouwens niet.
In het park maken we ook een wandeling naar Mont Jacques Cartier, de hoogste berg van de provincie Quebec. We kijken mooi uit op verschillende meren en wandelen door het zuidelijkste stukje toendralandschap van de wereld. Hier leeft een kudde kariboes die relatief makkelijk te zien zijn. Normaal migreren deze dieren, maar doordat het leefgebied hier extreem klein is kunnen ze nergens anders naar toe trekken. Voor ons hebben ze nog steeds te veel ruimte daar boven op de berg want we zien ze niet.
De volgende dag maken we nog een wandeling in het park, naar Mont Olivin. We krijgen er een mooi zicht op een meer en op de bekendste berg van het park, Mont Albert. We wandelen aan de andere kant de berg af en komen zo ook nog langs Lac du Diable, ook al zo mooi. Na afloop van deze wandeling verlaten we het park. Wij zijn het er over eens: dit was het eerste park waar we echt enthousiast over waren en voor ons het mooiste park van het oosten van Canada.
Vanuit Quebec rijden we de provincie New Brunswick in. Hier doen we in eerste instantie niets anders dan doorheen rijden naar Nova Scotia. Daar bezoeken we Blue Rocks, Mahone Bay, Peggy Cove en Lunenburg. Dit zijn allemaal kleurrijke kustdorpjes. Al zagen wij de kleuren niet altijd even goed door het grauwe weer. In Mahone Bay is het jaarlijkse Scarecrow festival. Hierdoor vind je overal in het dorp vogelverschrikkers, al vinden wij het meer op gewone poppen lijken.
Via een korte stop bij het Five Islands P.P., met mooie rode rotsen, rijden we de provincie Nova Scotia uit. Eigenlijk hadden we hier ook Cape Breton nog willen bezoeken, maar daar zijn bijna alle wandelingen afgesloten nadat een toerist is aangevallen door een coyote.
Hierna verlaten we Nova Scotia en keren we terug naar New Brunswick. Daar ligt één van de bekendste punten van het oosten van Canada: de Hopewell Rocks in het Bay of Fundy P.P. De timing hiervan kwam heel precies aangezien we te maken hadden met extreme getijdenverschillen met wel 14 meter hoogteverschil. Als je hier vast komt te zitten dan rest je niets anders dan 6 uur te wachten op een hooggelegen toren tot het weer laagtij is, gered te worden door een boot of te zwemmen.
We lopen hier bij laagtij over de oceaanbodem om de rotsformaties van dichtbij te bekijken. Als we aankomen hangt er nog een dikke laag zeemist. Na één tot 1,5 uur kunnen de eerste zonnestralen daar doorheen breken en uiteindelijk lopen we gewoon in de zon. Wij lopen nogmaals alle rotsformaties af om ze ook in de zon te bekijken. ’s Middags bekijken we de rotsformaties vanaf verschillende platforms als ze helemaal omringd zijn door water. Het water is hier roodgekleurd en dat komt door de kracht van het water. Op de bodem van de oceaan ligt veel slib en door de kracht waarmee het water opkomt en zich weer terugtrekt komt er veel slib mee. Nog een leuk feitje: in de de Bay of Fundy stroomt elke dag even veel water als het water van alle rivieren ter wereld die in de zee uitstromen.
Op onze laatste dag in Canada bezoeken we nog het Fundy National Park en de Fundy Parkway, maar door het slechte weer zien we hier niet heel veel van.
Aan het einde van de reis zijn er ook steeds meer herfstkleuren in het landschap en dat is zo ontzettend mooi!
Als jullie zo de foto’s bekijken dan denken jullie (waarschijnlijk): Oh, wat mooi! Dat vonden wij ook, maar sommige stukken waren ook wel echt saai. Jullie zien niet de vele kilometers die wij door een bos gelopen hebben, over drassige paden en met ons hoofd naar beneden om niet over de boomwortels te struikelen. Verder hebben we er echt veel kilometers voor moeten rijden en is de hoeveelheid wildlife die je in het oosten van Canada ziet heel anders dan die hoeveelheid die je in het westen van het land ziet. Hier was echt veel minder wildlife en het wildlife dat er was liet zich niet aan ons zien. Dat vonden we echt wel jammer.

































































































Maar de foto’s zijn weer heel mooi en het verhaal weer leuk om te lezen!🤗
Niks saais aan hoor😉 prachtige plaatjes👌🏻
Ik heb weer genoten van het verslag en de kleurrijke foto's!
Het reisverhaal is altijd duidelijk geschreven en zo reisden wij weer met jullie mee.
Veel plezier met de andere bestemmingen.